
Ticherij, Dobbelhuizen en Dijlestraat
In de wijk tussen de Winket- en de Kraanbrug woonden ooit schippers, stoelenvlechters, meubelmakers, bootrepareerders, wasvrouwen....
Deze wijk stond op en ging slapen met de Dijle. Een wijk vol herbergen, pakhuizen en werklieden.
De Tichelrij was sinds de veertiende eeuw een marktplaats waar tichels werden aangevoerd om verhandeld te worden. Deze handelssplaats ontstond in 1267 toen het stadsbestuur bestliste om voortaan schouwen en brandhaarden uit onbrandbaar materiaal op te trekken. Het gaat hier duidelijk om een belangrijke Mechelse buurt.
SCHEEPSBOUW:
Er zijn amper nog sporen van te vinden en er is in het verleden eerder fragmentair wat over opgetekend. Nochtans was de scheepsbouw in Mechelen ooit een erg belangrijke economische tak. In de 15de eeuw overvleugelde en benadeelde de Mechelse scheepsproductie, door haar sterke concurrentiekracht, de Antwerpse scheepsbouw.
Als kleinste gebied van de Zeventien Provinciën (Lage Landen) midden in het hertogdom Brabant, bleef Mechelen in de 15 de eeuw tot in het derde kwart van de 16de eeuw een draaischijf van productie en handel in vrachtschepen. Ook scheepsbouwers, schippers en kooplieden uit steden in Brabant, Holland, Vlaanderen en Zeeland verkochten in onze Dijlestad hun vaartuigen. Tot dan woonden en werkten de Mechelse scheepsbouwers geconcentreerd buiten de Winketpoort op de beide oevers van de Dijle. Daar lagen hun werven.
Maar als gevolg van de politiek-religieuze conflicten verschoof het zwaartepunt van de scheepsbouw van buiten naar binnen de Winketpoort om daar te 'verankeren'...(binnen de stadsmuren) Dat was rondom 't Veer, de Plankstraat, de Dobbelhuizen en de Tichelrij. Vandaag zijn daar nog sporen van te zien. Het vandaag bijna verdwenen Tuinstraatje aan 't Veer herinnert aan de scheepswerven, want een 'tuin' was een scheepstuin, een scheepswerf en had dus niets te maken met het kweken van groenten..
Het dieptepunt in de scheepsbouw was de periode van het Calvinistisch Bewind tussen 1580 en 1585 in onze stad. Er volgde nadien wel een heropleving in de periode van het Twaalfjarig Bestand met het bestuur van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Toch bereikte de Mechelse scheepsbouw nooit meer haar vroeger peil. Uit het historisch onderzoek kwam naar voor dat de Mechelse scheepsbouw verder groeide in de eerste helft van de 17de eeuw. Daar waar in Antwerpen de scheepsproductie in elkaar stuikte omstreeks 1660, onderging de Mechelse scheepsbouw pas twintig jaar later hetzelfde trieste lot. Toch bleef onze stad nog tijdens het bestuur van keizerin Maria-Theresia (1717-1780) - naar Zuid-Nederlandse normen - een belangrijk centrum voor scheepsbouw om pas nadien uit te doven.
In de hoogdagen van de scheepsbouw waren er maar liefst 68 scheepsbouwers/herstellings werven.
Haverwerf
De levensader van Mechelen, zo kun je de Dijle gerust noemen. De rivier was eeuwenlang de snelweg waarop goederen van heel Europa naar de stad werden vervoerd.
De naam van de straat duidt op de plaats waar vroeger haver ontscheept en verhandeld werd. In 1301 verwierf de stad Mechelen van Jan II Hertog vanBrabant het privilege voor het houden van een havermarkt, en bekrachtigd in 1356 door Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Mechelen had destijds de stapelrechten waardoor de graanboten verplicht langs de stad moesten passeren. De meeste los en laad handelingen werden gedaan op de Haverwerf en de Zoutwerf.
Misschien nog een weetje is dat er vroeger niet enkel haver werd verhandeld op de Haverwerf maar dat er ook een aanvoer was van mosselen uit Zeeland (NL). Dit gebeurde allemaal aan een de loskade aan de Sint Anna kapel, een mooie kapel die helaas door de uitbreiding van bierbrouwerij Lamot onder de sloophamer is terechtgekomen. Het gelijknamige St.Annastraatje is gelijktijdig ten onder gegaan.
De goederen werden destijds gelost en geladen met een kraan aangedreven door een rad waarin kinderen of kraankinderen genoemd,in het rad liepen zodat het hijstouw de vaten met haver, mosselen of andere goederen kon tillen in of uit het scheepsruim.Tot rond de jaren 1950 heerste er hier lange tijd grote bedrijvigheid van schepen die kwamen lossen en laden. Meest ingevoerd werden: mosselen, vis, wol, leder, kolen, graan, bakstenen. Uitvoer meestal afgewerkte produkten zoals stoelen, bier, houtsnijwerken, koperen voorwerpen.
De 3 kleurrijke huisjes dateren vanuit de 16e eeuw. De huizen hebben elk een unieke stijl en kleur en kregen door de jaren heen verschillende namen. Van links naar rechts heten de huizen: Sint-Jozef, De Duiveltjes en Het Paradijske.
Het Paradijske bevind zich op de Haverwerf nr 20. Het huis dateert uit de jaren 1520 tot 1525. De gevel is laatgotisch met kenmerken van vroeg-renaissance.
Panelen in reliëf beelden taferelen uit van het “Aards Paradijs” en “de Boom der kennis van goed en kwaad” allen terug te vinden in het Oude-Testament. In de Kraanstraat merk je de gecementeerde zijgevel waar een schamppaal op de hoek zichtbaar is. In 1957 werd “het Paradijs” als monument beschermd.
Sint Jozef
1669 wat te lezen staat in een cartouche bovenaan is waarschijnlijk het bouwjaar van dit burgerhuis genaamd “Sint-jozef”. Het huis met barokgevel is heropgebouwd in 1904. Ook op dit historische huis vinden we reliëfpanelen terug met Sint-Jozef en Kind Jezus en de vermelding “Dit is in St. Joseph“.
De Duiveltjes met de houten gevel.
Tussen het Paradijs en Sint-Jozef bevind zich “de Duiveltjes“, een huis met wellicht één van de mooiste houten gevels van België. 1545 tot 1550 of de 16de eeuw is de periode voor dit prachtige huis met een architectuurhistorische waarde. Het is dan ook één van de mooiste voorbeelden van een gotische houtconstructie met vroeg-renaissance-inslag.
De voorgevel werd reeds voor de eerste maal gerestaureerd in het jaar 1867. De Duiveltjes fungeren als zuilen aan de deur. Voor het zijn definitieve naam van “De Duiveltjes” verwierf noemde het huis “De Verloren Zoon” en dat kan je nog steeds zien boven de toegangsdeur in het gebeeldhouwd tafereel.
Op de Havenwerf kan je het standbeeld van de Kleine Ludwig van Beethoven vinden. Hij brengt een bloemengroet aan zijn grootvader Lodewijk van Beethoven. Lodewijk van Beethoven (grootvader van Ludwig van Beethoven) werd op 5 januari 1712 in Mechelen geboren. Als kind was al snel duidelijk dat hij een muzikaal talent was, vanaf z'n 6 jaar was hij koorknaap in het Sint-Romboutskapittel. Later kreeg hij opleiding als orgelspeler in de Sint-Romboutskathedraal en werd hij tenor en zangmeester in Leuven. Zijn talenten werden opgemerkt door de keurvorst van Keulen en zo verhuisde Lodewijk naar de residentiestad Bonn. Zo kwam de Mechelaar in Bonn terecht, waar hij een zoon kreeg Johan van Beethoven, de vader van Ludwig van Beethoven.
De kraanbrug
Is een historische metalen draaibrug over de Beneden Dijle De brug is eigenlijk een combinatie van een draaibrug en een booggewelf in metselwerk. Deze brug blijft altijd gesloten.
Vanaf 1289 was er op deze plaats een houten 'passerelle' over de Dijle, die men toen de 'Nieuwe Brug' noemde. Het was slechts een smalle loopbrug, waarover alleen voetgangers naar de overzijde van de Dijle hun weg vonden. Dit zou zo blijven tot 1510. Toen ging het stadsbestuur een echte brug maken. Om dat te verwezenlijken moest men het huis, dat destijds op de hoek van de Persoonshoek stond, slopen. Op die wijze kon men de brug in een rechtse lijn met het Kraanstraatje leggen. Er kwam een houten brug. Vijftig jaar later werd er een stenen brug gebouwd. In 1707 werd het brugmechanisme compleet veranderd met een nieuwe houten brug. Het draai mechanisme bleek niet optimaal te functioneren. Om de haverklap waren er herstellingen nodig en éénmaal diende zelfs een nieuw rad geïnstalleerd. In 1850 werd er dan nogmaals een nieuwe draaibrug gelegd, ditmaal een ijzeren brug met een nieuw werkingsmechanisme. Het ging sedertdien nooit meer goed met deze brug. Herstellingen en vernieuwingen stonden geregeld aan de orde bij de toenmalige raadslieden.
De huidige brug werd gebouwd in 1986 en is een kopie van de vorige metalen draaibrug. De Kraanbrug werd in 2013-2014 geheel gerenoveerd.
De naam van de brug is afgeleid van het feit dat er in de middeleeuwen steeds een houten kraan in de nabijheid van de brug heeft gestaan, aan de Haverwerf. Deze kranen werden met mankracht aangedreven door kraankinderen. De eerste melding van een kraan stamt uit 1311. Deze werd steeds vervangen door een groter exemplaar (telkens in 1346, 1369 en 1430), maar in 1887 werd de laatste kraan wegens te weinig werk afgebroken. De kraan diende om schepen te lossen.
De brug werd manueel bediend door brugdraaiers. De laatste, genoemd Jomme de brugdraaier van de Kraanbrug. Hij is de laatste telg van een familie die meer dan 150 jaar de Kraanbrug heeft gedraaid. Hij volgde zijn vader in 1934 op die op zijn beurt de taak overnam van zijn ouders en grootouders en voorouders en waarschijnlijk gaat de stamboom nog verder maar daarover weet men niet zo veel over. Jomme stopte ermee rond 1986 toen de nieuwe Kraanbrug er kwam en praktisch geen scheepvaart meer was op de beneden Dijle.
Tot juist na de bevrijding 2deWO, had de brugdraaier zijn handen vol om dagelijks en ook meermaal ’s nachts de brug open te draaien om de boten door te laten varen. Het waren alle soorten van boten, lichters, mosselschuiten, schepen met steenslag en graanschepen. Er waren toen nog 2 bloemmolens actief in Mechelen. Enkele van de schepen die regelmatig de Dijlestad aandeden : de “Maneblusser”, een Mechels schip, de “Rozalie” en de “Leopold – Clemence”. De mosselschepen brachten bij twee tot driemaal per week lekkere verse mosselen van de kanten van Terneuzen, Bruinisse en Yzerke naar Mechelen.
Samen met zijn moeder en later op zijn eentje had Jomme een mosselhandel in zijn huis aan de kraanbrug.
Hof van Villers
De refugie van Villers is een voormalig refugiehuis van de Abdij van Villers,gelegen aan de Persoonshoek. Het gebouw dateert uit de 14de eeuw maar werd opnieuw opgetrokken rond 1577 en werd later aangepast. Het is een voorbeeld van traditionele bak- en zandsteenarchitectuur. In het pand zijn vandaag de assistentiewoningen Hof van Villers gelegen
De Abdij van Villers was een voormalige cisterciënzeabdij, gelegen in de Belgische gemeente Villers-la-Ville (Waals Brabant nabij Genappes/Nivelles), waarvan een aantal ruïnes bewaard bleven. De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint-Bernardus.
Een refugiehuis, refugehuis, of ook refugie of refugium genoemd, was voor de bewoners van abdijen en kloosters een toevluchtshuis waar ze terecht konden in perioden waarin zij zich, door oorlog of andere onrust, niet veilig voelden in hun dikwijls afgelegen hoofdverblijf. Het was vaak een versterkt stenen huis binnen de stadsmuur. Niet alleen de kloosterlingen konden een veilig heenkomen in een refugie vinden; ook kostbaarheden en relieken uit de kloosters werden erheen gebracht in tijden van onrust.
Tegenwoordig is de voormalige brouwerij “De Dijle”, de voormalige refugie van abdij van Villers, huis De Mol, kraanwachtershuisje en brasserie de Kraanbrug een assistentenwoning geworden voor ouderen onder de naam van “Hof van Villers”
Het restaurant De Kraanbrug dat in 1986 werd gebouwd op de plaats waar vroeger een paar oude huizen stonden aanpalend op het hof van Villers met op de hoek het huisje van de Kraanbrug draaier.
De Vismarkt
Is een 16de eeuws rechthoekig plein die dienst deed als vismarkt vanaf 1531.
Oorspronkelijk lag de vismarkt op de Ijzerenleen, nabij het Schepenhuis. De geuroverlast aldaar stoorde er talloze inwoners, waaronder Margaretha van Oostenrijk. Een verhuis werd door tegenstanders nog verhinderd tot na de dood van Margareta. In de erop uitgevende Nauwstraat werd een deel van de huizenrij tegen de Dijle afgebroken en de vishandel werd vanaf 1531 gehouden op de vrijgemaakte locatie, heden de Vismarkt.
In 1613 bouw van overdekte galerijen, geschraagd door houten kolommen op vierkante arduinen sokkels.
In 1687 plaatsen van arduinen pomp, vervangen door een gietijzeren pomp in 1865.
De overdekte markt werd in 1953 afgebroken voor aanleg van een parking.
Deze heeft moeten plaatsmaken voor vishandelsfunctie en horecazaken.
Op heden een bruisende wijk in het hart van de stad, met horeca, interieurzaken en toenemende woonfunctie onder impuls van talrijke renovaties en stadsvernieuwingsprojecten.
Op dit plein geeft de Begijnenstraat uit, genaamd naar de begijnen die zich hier reeds in 1209 bevonden voordat het Klein Begijnhof werd opgericht. Zij waren de eerste begijntjes in Mechelen.
Den Akker ( De Steur )
Magazijn “De Steur” Nauwstraat 11, is een oud vismagazijn dat deel uitmaakte van een groter complex. Het imposante classicistisch L-vormig hoekhuis dateert uit 1804. Merk de pilasters op aan de gevels met bovenaan rank- en bloemmotieven. Aan de zijde van de Nauwstraat zie je bovenaan het grote raam ( voordien een toegangspoort ) een medaillon met afbeelding van een steur. De horecazaak Eetcafé Den Akker was jaren een gevestigde waarde als Bruin café in het voormalige “De steur” gebouw.
Den Stillen Genieter ( De Steur )
Den Stillen Genieter was één van de bekendste Bruine kroegen in de buurt van de Vismarkt. Samen met Den Akker behoorde dit gebouw tot De Steur. Helaas heeft na een lange jurydische strijd de uitbater Gerard Walschaerts de deuren in 2014 moeten sluiten.
Dit café was geen gewoon café, je kon er een keuze maken uit meer dan 600 biersoorten waaronder zeer zeldzame. Iedereen van alle klasse kende het café en kwam hier voor zijn babbel en zijn pint. Den stillen genieter was dan ook internationaal gekend. Nauwstraat 9
De Gouden Vis ( De Gulden Nobel )
Het pand “De Gulden Nobel” is een 18e eeuws huis en is sinds 1987 een beschermd monument. Bij dit pand hoort een ganse historiek. Deze stadswoning word voor het eerst vermeld in 1647 als “De Vijf Haringen“. Tot 1779 behoorde dit pand toe aan “De Steur“. In Art Nouveau-stijl toont het café aan de straatzijde een groot 19e- tot vroeg 20e-eeuws raam naast de prachtige arduinen Lodewijk XV-toegangpoort.
Mechelaars kennen het beter als café “De Gouden Vis“, een bruine kroeg die tot in de late uurtjes openblijft. Achteraan kan u genieten van een biertje op het terras dat voor een deel boven de Dijle hangt, het uitzicht op het water is dus uniek. Merk ook de oude serre op waar druivenranken welig groeien. Nauwstraat 7.
Fanterlok ( De Gulden Rabat )
“De Gulden Rabat” is een diephuis in Barok dat volgens de gevelsteen in de top dateert uit 1724. In 2004 opende hier Eétcafé Fanterlok waar je in een pittoreske sfeer op het sfeervolle buiten terras, specialiteiten als een reuze brochette geflambeerd met whisky en spareribs a volonté kon eten.
Liefhebbers van whisky kwamen hier zeker aan hun trekken met een uitgebreide whisky selectie. Het mooie interieur bestaat voornamelijk uit hout. Dit geeft een zeer warm accent vooral dan bij koude en natte dagen. Fanterlok beschikte over een klein maar gezellig buitenterras met zicht op de Vismarkt. Fanterlok heeft echter als brasserie / café de deueren gesloten in december 2015. Het naastliggende viersterrenhotel Hotel Mercure Vé gebruikt het nu als ontbijtruimte. Vismarkt 16
De Verloren Zoon werd Bar Popular
Over de geschiedenis van het hoekhuis uit de 17de eeuw is niet zoveel geweten. In de jaren ’50 en ’60 fungeerde het al als stadscafé “De Ster“. Mechelaars kennen het café best als “De Verloren Zoon” dat ergens in 1969 het levenslicht zag. Het was een café waar vooral studenten hun weg vonden met alle gevolgen vandien.
Het werd al snel een hippiecafé waar drugs verhandeld werden. De directie van de nabije scholen in Mechelen verboden zelfs hun studenten om in De Verloren Zoon binnen te gaan, met een averechts effect als gevolg. Sinds 2010 is het een trendy bar met een zuiders karakter. Net als de andere café’s beschikt Bar Popular over een buitenterras met zicht op de Vismarkt en de Dijleoever. Vismarkt 1-3
’t Ankertje ( De Drij Snoecken )
Stadswoning “De Drij Snoecken” dateert uit 1728 en is gebouwd in in classicerende barokstijl, Het gebouw is gewijzigd en gerestaureerd in de 19de eeuw, en beschermd in 1977. De raam- en deurkozijnen zijn een tijdje in een fel rode kleur geschilderd geweest, maar is later op vraag van Monumentenzorg aangepast in een groene kleur wat het uitzicht meer ten goede komt.
Brouwerij Het Anker is sinds 2015 eigenaar van het gebouw. Mechelaars kennen dit café aan de Vismarkt dan ook het best als ’t Ankertje, maar voorheen droeg het de naam “Het Stamenee”. Ondanks de bescheiden plaats binnenin het café, is het er steeds een gezellige drukte tot in de late uurtjes. Bij mooi weer staan enkele tafeltjes buiten aan de historische gevel.
Brouwerij Lamot
Mechelen heeft een lange traditie van bier brouwen. Reeds in de 14de eeuw had men een 30-tal brouwerijen. Het water van de Dijle en de vlieten werd gebruikt in de productie process van het bier en de nodige grondstoffen werden langs het water aangevoerd.
Volgens archiefstukken van de brouwerij bevond zich op deze plaats reeds in 1627 een brouwerij en die werd in 1855 gekocht en uitgebouwd tot het familiebedrijf "Lamot".
De geschiedenis van de familie Lamot begint in 1801 wanneer Jan Baptist Lamot te Boom een brouwerij sticht, met name "De Rolaf". Zijn beide kleinzonen Richard en Charles Lamot kopen in 1855 de brouwerij aan de Van Beethovenstraat en stichtten er de "Brouwerij De Kroon", bestemd voor het brouwen van bieren van hoge gisting. In 1874 kwam het tot een splitsing, na enkele jaren samenwerking. De vader van Charles, Minandus, bezat de Brouwerij Het Kanton te Willebroek. De vader van Richard, Johannes Baptist, bezat de Brouwerij De Rolaf te Boom.
Richard Lamot stichtte een nieuwe brouwerij in de Drabstraat onder de benaming "De Dijle" aan de overkant van de Dijle. Terwijl Charles brouwerij "De Kroon" behield. In 1904 werd brouwerij "De Plein", gelegen op de hoek van 't Plein en de Zoutwerf, geannexeerd. Nadien werd dit de garage van Lamot. Voortaan was er sprake van "Brouwerij De Kroon-De Plein".
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd al het koperen materiaal en een deel van de houten vaten aangeslagen door de Duitse bezetter om er noodbruggen mee op te richten. Bijgevolg werd de toenmalige installatie vervangen door ijzeren machines. In 1922 werd de brouwerij geleidelijk aangepast voor het brouwen van bieren van lage gisting.
In 1924 samensmelting met brouwerij "De Rolaf" van Boom; van 1927 gekend als "Brouwerij Lamot Ltd". Sindsdien kende de firma een grootse uitbreiding.
Tussen 1935 en 1970 werden niet minder dan dertien brouwerijen opgekocht.
Na de dood van Charles Lamot in 1906 nam zoon César Lamot de brouwerij over. Net voor WOI bedroeg de productie 30.000 hectoliter, maar na de bouw van een nieuwe brouwerij in 1922steeg die naar 70.000 hectoliter.
Vanaf toen koos men voor overnames om zodoende de groei te bestendigen: César Lamot sloot in 1924 een akkoord met Louis Lamot, eigenaar van Brouwerij Rolaf uit Boom. De toenmalige eigenaars trokken zich terug en in 1927 kregen Louis en zoon Julien het beheer over de nieuwe maatschappij die vanaf toen Lamot Limited heette.
Vanaf 1935 tot 1969 volgden diverse overnames: een naamgenoot uit Boom nl. Adolphe Lamot van brouwerij Den Arend; brouwerij Tivoli uit Antwerpen; brouwerij De Zon uit Willebroek; brouwerij Pecher uit Boussu; brouwerij César Jacobs uit Mechelen zelf; brouwerij Sint-Trudo uit Sint Truiden; brouwerij Lobet uit Hotton; brouwerij Nizet uit Montegnée; brouwerij De La Fontaine uit Tubeke; brouwerij Cuykens uit Lier en brouwerij Désiré Lamot uit Willebroek.
De maximale capaciteit bedroeg ooit 1.000.000 hectoliter.naf 1970 maakte Lamot deel uit van de Belgische tak van de groep Bass Charrington. In 1981 werd Lamot overgenomen door de toenmalige Brouwerij Piedboeuf dat later werd opgenomen in de groep InBev. In 1994 viel dan definitief het doek over de Mechelse Brouwerij Lamot.
Het gebouw doet nu dienst als congres- en erfgoedcentrum.
De kelders van brouwerij Lamot, deden dienst als schuilkelders tijdens de hevige bombardementen in 1944.
De eigenlijke brouwerij, gelegen tussen de Dijle en de Van Beethovenstraat met een ronde fabrieksschouw, is bewaard en is omgevormd tot het Erfgoed- en Congrescentrum Lamot.
De waterfilterinstallatie in het verlengde van de brouwerij (hoek Van Beethovenstraat-Haverwerf), is gesloopt voor de aanleg van het pleintje.
Het laboratorium, gelegen op de hoek Adegemstraat-Zwaanstraat, is bewaard en werd omgevormd tot appartementen.
De bottelarij en aftrekkerij, gelegen tussen Adegemstraat en Van Beethovenstraat, is afgebroken voor de bouw van een hotel.
De recentere opslagruimten in het verlengde hiervan, zijn gesloopt voor een appartementencomplex met supermarkt.







___serialized3.jpg?etag=%2273a10-68736b9b%22&sourceContentType=image%2Fjpeg&ignoreAspectRatio&resize=464%2B296&extract=0%2B0%2B464%2B274&quality=85)












































Uw weerbericht: meteo Mechelen